Aaien? Dat doen we meestal voor ons zelf...
We zijn dol op onze hond en natuurlijk aaien we hem
vaak. De vraag is echter of dat wel zo verstandig is. Een kritische
blik op onze behoefte om onze hond te aaien.
.... bij mag zitten, aait men de hond. Volstrekt gedachteloos,
geheel automatisch, maar men aait hem wel. Deze behoefte aan
lichamelijk contact zit in ons lijf opgesloten. ....Maar wat ervaart
de hond? Dat is als men goed kijkt vaak een heel ander verhaal:
......
Een roedel honden communiceert met elkaar via lichaamstaal, mimiek
en soms aanraking. Die aanraking gaat volgens vaste patronen, niet
iedere hond kan zomaar de andere hond aanraken. Aanraking dient om
de onderlinge sociale rangorde te benadrukken, geen hond zal een
andere hond minuten lang likken omdat dat zo gezellig is. Het likken
gebeurt door de ondergeschikte honden die met een lage houding
richting snuit en mond van een hogergeplaatste hond likken. De
hogergeplaatste hond ondergaat dit likken stoïcijns, hij beantwoordt
het geenszins door terug te likken. Hij kijkt de andere kant op en
als hij er niet langer van gediend is is een strakke starende blik
en eventueel een zacht gegrom al dan niet met een opgetrokken lip
voldoende om het gedrag van de ander te stoppen. ........Honden
kunnen wel degelijk vriendjes zijn.
Dat kunnen we zien als ze elkaar op het openbare
uitlaatveldje tegen komen. Ze zijn meteen blij met elkaar en aan
uitgebreide begroetingsrituelen hebben ze geen behoefte. Ze gaan er
meteen in een vrolijk rennen vandoor, botsen tegen elkaar aan,
draaien rondjes om de ander uit te dagen hem bij te houden en dat is
dat. Elkaar likken is er niet bij omdat dat in hondengedrag nu
eenmaal niet die functie heeft die wij aan ons aaien (wat vervangend
likken is) geven.
Al ons aaien doen we in feite dus voor ons zelf. Ons aaien is voor
honden een vorm van aandacht die ze al dan niet op prijs stellen.
Een
hooggeplaatste hond die binnen het gezin aan de top staat kan op
twee manieren met ons geaai omgaan: hij dwingt het af en bepaalt op
die manier uw gedrag wat zijn hoge rang dan weer bevestigt of hij
vermijdt het geaai door er voor weg te lopen. Er zijn ook honden die
op zo’n hoge plaats zijn gekomen dat ze net als de roedelleider
binnen de roedel honden iedere vorm van aaien weggrommen en daarmee
hun baasje in een sterke ondergeschikte positie zetten. Zou het
baasje doorgaan met aaien dan kan hij een uitval verwachten waarbij
niet zachtjes gebeten wordt. De hond is namelijk zelfverzekerd en
vastbesloten het in zijn beleving opdringerige ongepaste gedrag te
stoppen.
........Veel beter is het om een aai heel bewust te gebruiken. U
kunt het gebruiken als beloning voor gewenst gedrag, maar ook om uw
onderlinge rang te bevestigen. Een bange hond moet men in eerste
instantie niet over het hoofd of in de nek aaien want dat is zeer
bedreigend zolang er geen sprake is van wederzijds vertrouwen.
Honden dreigen elkaar in de nek door over elkaars nek te gaan
hangen, vaak de voorbode van een vechtpartij. U kunt in een goede
relatie weer wel over het hoofd naar de nek van de hond aaien.
Daarmee geeft u aan dat u superieur bent. U raakt de hond op zijn
kwetsbare lichaamsdeel en geeft daarmee aan dat hij u kan
vertrouwen. U zult hem niets doen, in tegendeel u zult hem
beschermen tegen gevaar. Dat zegt u er mee. Dat is toch anders dan
dat eeuwige geaai om niets. Waar een hond geen inspanning voor hoeft
te doen, niet naar u hoeft te luisteren als u hem iets vraagt.
......
.
Bron: Martin Gaus gedragscentrum
Nieuws van
www.secondhanddog.com