Nieuws - 18 januari 2006


Aaien? Dat doen we meestal voor ons zelf...  

 

We zijn dol op onze hond en natuurlijk aaien we hem vaak. De vraag is echter of dat wel zo verstandig is. Een kritische blik op onze behoefte om onze hond te aaien.

.... bij mag zitten, aait men de hond. Volstrekt gedachteloos, geheel automatisch, maar men aait hem wel. Deze behoefte aan lichamelijk contact zit in ons lijf opgesloten. ....Maar wat ervaart de hond? Dat is als men goed kijkt vaak een heel ander verhaal:
......
Een roedel honden communiceert met elkaar via lichaamstaal, mimiek en soms aanraking. Die aanraking gaat volgens vaste patronen, niet iedere hond kan zomaar de andere hond aanraken. Aanraking dient om de onderlinge sociale rangorde te benadrukken, geen hond zal een andere hond minuten lang likken omdat dat zo gezellig is. Het likken gebeurt door de ondergeschikte honden die met een lage houding richting snuit en mond van een hogergeplaatste hond likken. De hogergeplaatste hond ondergaat dit likken stoïcijns, hij beantwoordt het geenszins door terug te likken. Hij kijkt de andere kant op en als hij er niet langer van gediend is is een strakke starende blik en eventueel een zacht gegrom al dan niet met een opgetrokken lip voldoende om het gedrag van de ander te stoppen. ........Honden kunnen wel degelijk vriendjes zijn.

Dat kunnen we zien als ze elkaar op het openbare uitlaatveldje tegen komen. Ze zijn meteen blij met elkaar en aan uitgebreide begroetingsrituelen hebben ze geen behoefte. Ze gaan er meteen in een vrolijk rennen vandoor, botsen tegen elkaar aan, draaien rondjes om de ander uit te dagen hem bij te houden en dat is dat. Elkaar likken is er niet bij omdat dat in hondengedrag nu eenmaal niet die functie heeft die wij aan ons aaien (wat vervangend likken is) geven.

Al ons aaien doen we in feite dus voor ons zelf. Ons aaien is voor honden een vorm van aandacht die ze al dan niet op prijs stellen. Een
hooggeplaatste hond die binnen het gezin aan de top staat kan op twee manieren met ons geaai omgaan: hij dwingt het af en bepaalt op die manier uw gedrag wat zijn hoge rang dan weer bevestigt of hij vermijdt het geaai door er voor weg te lopen. Er zijn ook honden die op zo’n hoge plaats zijn gekomen dat ze net als de roedelleider binnen de roedel honden iedere vorm van aaien weggrommen en daarmee hun baasje in een sterke ondergeschikte positie zetten. Zou het baasje doorgaan met aaien dan kan hij een uitval verwachten waarbij niet zachtjes gebeten wordt. De hond is namelijk zelfverzekerd en vastbesloten het in zijn beleving opdringerige ongepaste gedrag te stoppen.

........Veel beter is het om een aai heel bewust te gebruiken. U kunt het gebruiken als beloning voor gewenst gedrag, maar ook om uw onderlinge rang te bevestigen. Een bange hond moet men in eerste instantie niet over het hoofd of in de nek aaien want dat is zeer bedreigend zolang er geen sprake is van wederzijds vertrouwen. Honden dreigen elkaar in de nek door over elkaars nek te gaan hangen, vaak de voorbode van een vechtpartij. U kunt in een goede relatie weer wel over het hoofd naar de nek van de hond aaien. Daarmee geeft u aan dat u superieur bent. U raakt de hond op zijn kwetsbare lichaamsdeel en geeft daarmee aan dat hij u kan vertrouwen. U zult hem niets doen, in tegendeel u zult hem beschermen tegen gevaar. Dat zegt u er mee. Dat is toch anders dan dat eeuwige geaai om niets. Waar een hond geen inspanning voor hoeft te doen, niet naar u hoeft te luisteren als u hem iets vraagt. ......

.

Bron: Martin Gaus gedragscentrum

 

 

Nieuws van www.secondhanddog.com